Ik was nog net geen 18 toen ik het reclamevak in rolde. Laten we zeggen dat  school ‘niet zo lekker ging' en ik dol was op tekenen. Ik tekende de hele dag, overal en altijd. Een wit vel, mijn zwarte fineliner ‘et moi’. We waren onafscheidelijk. Elke keer als mijn fineliner leeg was en ik afscheid moest nemen was ik treurig. Eigenlijk was de fineliner mijn allereerste liefde.

Vroeger in mijn ouderlijk huis, was mijn slaapkamermuur een labyrint van zwarte lijnen. Cartoons, gezichtjes, poppetjes, poepende hondjes, kamelen en bebaarde ridders… de muur was een grote tekening. De Sagrada Familia is een knap kunstwerkje, maar mijn slaapkamermuur van vroeger mocht er ook best zijn.

Onderaan bij de plint had ik een lange rij van everzwijnen getekend. Deze everzwijnen waren een kopie uit mijn favoriete strip van Asterix & Obelix. Want rond mijn tiende las, at en dronk ik Asterix & Obelix. Las je Suske & Wiske dan was je een mietje. 
 
Later op de middelbare school tekende ik ook alles onder  en verraste regelmatig mijn leraren met enorme karikatuur van zichzelf op het schoolbord. Hierbij zocht ik natuurlijk de grenzen van het karikatuurtekenen op: onder de neus van mijn leraar Duits, meneer Baltus kon het Charlie Chaplin snorretje natuurlijk niet ontbreken. ‘Herr Baltus’ kon het niet waarderen. Terwijl ik mijn tas inpakte om mij ‘te gaan melden’ riep ik, als ‘een Jeanne d’Arc die naar de brandstapel strompelde’, nog de klas in dat ik-er-toch-ook-niets-aan-kon-doen dat de snor van Chaplin ‘toevallig’ op die van Adolf Hitler leek. Mijn stem echode in de hoge kille schoolgang. Een theatraal effect dat prachtig paste in het slot van deze scene.

Aan mijn schoolcarriere zat een minder prachtig einde. Een half jaar na het ‘Charlie Chaplin incident’ besloot ik, in goed overleg met mijn ouders, te gaan sollliciteren bij een reclameburo. Ze zochten daar een talentvol hulpje. Ik werd aangenomen. Einde van het karikatuurtijdperk. Ik stapte de ‘echte’ wereld in. De wereld van bazen en collega’s. Van niet-te-zuipen koffie uit het grijze koffieautomaat op de gang met de linoleumvloer.
 
Als broekie van nog geen 20 jaar had ik geen idee wat voor grote stap ik in 1987 maakte. Het ‘kind zijn’ was voorbij. Soms kwam ik nog wel eens op mijn oude slaapkamer bij mijn ouders thuis. Dan keek ik naar de muur. De muur met mijn tekeningen.

Bij het reclameburo mocht ik niet tekenen. “Daar hebben we iemand anders voor.” Daar zat ik dan, achter een grote tekentafel met een groot wit vel voor me. Maar ik mocht er niet op tekenen. Mijn zwarte finliner bleef in mijn binnenzak.

Ik maakte advertenties voor de wijnwinkel in stad, fotografeerde de flessen wijn en maakte de weekaanbiedingen eromheen; “Merlot, Sancerre en Châteauneuf-du-Pape deze week 20% korting.” Alles met de hand: knippen, plakken, schuiven.

In kamer naast mij zaten de ‘echte’ ontwerpers. Daar was het creatieve hart van het buro. Daar rookten de art directors Camel zonder filter en werden er grove grappen gemaakt, over vrouwen, liliputters, paarden en ezels.

Achter de tekentafel bij het grote raam zat ‘ene Hans’. Hans was art director. Hij droeg een creatieve bril. Zo’n hele strakke. Jammer dat ik geen bril nodig had, want ik zeker ook zo’n bril gekocht. Vanaf toen had ik de striptekenaar in me geëlimineerd. Ik wilde art director worden.

Hans was een paar jaar ouder. Soms stond ik naast zijn tekentafel en keek ik hoe hij werkte. Als een jongetje die naar de treinbaan in de etalage keek, keek ik naar de magie van deze ontwerper. Hij deed wat ik wilde doen; tekenen met een fineliner op een groot wit vel.

We werden vrienden. Tien jaar later begonnen we ons eigen ontwerpburo. Na een korte onderbreking zijn we vorig jaar weer gefuseerd onder de naam Zabriski. Ik werk samen met een team van toppers!
 
Maar nog steeds, wanneer ik op een zondagochtend wakker word en zie hoe het vroege zonlicht op de witte muur valt, voel ik die drang om er met een dikke zwarte stift hele grote everzwijnen op te tekenen… of ridders met baarden.. of poepende hondjes…

Het jongetje dat alleen maar wil tekenen zit nog steeds in me. Gelukkig maar…

 

Mail Roeland Segaar

 

Ontmoet ze allemaal

Roeland Segaar
Hans Zandvliet
Sigrid de Zwart
Kim Zwennes
Renate van Leeuwen
Jennefer Luijt
Rosita Bronsgeest

Zabriski Media
Communicatie & Design
Stationsweg 24
2312 AV Leiden

Telefoon: 071 566 56 55
Fax: 071 566 53 99
welkom@zabriski.nl

hier zitten we